Treffers 27,001 t/m 27,050 van 27,956
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 27001 | Op 11 februari 1812 als lidmaat aangenomen van de Ned.Herv.Kerk te Strijen. Hij was bouwknecht tot 1825, daarna landbouwer/veehouder tot aan zijn overlijden; tal van jaren Raadslid van de zelfstandige gemeente Strijensas | Bezemer, Arij (I14982)
|
| 27002 | Op 11 januari 1543 werden Aernt Pietersz. (broer) en Symon Aerntsz. Dou als borgen vermeld voor de moeder Aaltje Pietersdr., weduwe van Louwerijs Heyndricx. Aaltje woonde op dat moment in de Raam, enerzijds belend door Adriaan Andries Huygensz. en aan de andere zijde belend door Jan Jansz. van Coelen, volder | Pietersdr, Aeltje (I17723)
|
| 27003 | op 13 juni 1621 is zij nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Steven Vaij | Moels, Geertruid (I10241)
|
| 27004 | Op 13 maart 1652 gaf Peter Peters Donck procuratie om aan zijn broer Geerloff Peters Donck twee hofsteden met 2 morgen land aan de Zouwendijk op Bloemendaal te verkopen, hem aangekomen door het overlijden van zijn vader Peter Dircks Donck volgens leenbrieven van 29 juli 1630. Deze Peter Peters Donck betaalde in 1656 een schuld af die Peter Dirck Geerloffs aan de Zouwendijk op 2 november 1611 was aangegaan. Peeter Dircks (Geerlofsz.) werd herhaaldelijk vermeld met zijn broers Corstandt en Adriaen, bijvoorbeeld op 12 januari 1579 als gebruikers van de gemene schuttersbroek van Meerkerk en op 5 juli 1615 als erfgenamen van Meerten Peeters, hun oomszoon, die te Menckelis woonde, met hun neef Aderiaen Jansz., touwslager te Gorinchem Een Peter Dircks werd in 1580, oud 28 jaar, en in 1582 als heemraad van Bloemendaal vermeld en op 13 april 1592 als gehuwd met Jannichge Mathijs Hagelandtsdr. | Donck, Peter Petersz (I26592)
|
| 27005 | Op 15 maart 1556 verkochten Aelbrecht Geerloffs (= 1270) voor hemzelf, de wed. Beernt Geerloff Dircksz., en Dirck Geerloffs (= 2000) als voogd van Ghijsbert en Geerloff Bernt Geerloffsz. en van Louke(?) Bernt Geerloffsdr. de helft van een huis en hofstede met gevolg aan de Zouwendijk te Meerkerk, nagelaten door overlijden van Geerloff Dircks342. Aechtge Geerloff Dircks nagelaten weduwe werd op in 1565 vermeld op Quaeckernaak als belendster van Dirck Geerlofs343. | Dircks, Geerlof (I21271)
|
| 27006 | Op 16-12-1901 tijdelijk aangesteld als klerk Landraad Modjokerto. | van Lingen, Junius Hermanus (I3405)
|
| 27007 | Op 17-06-1721 was hij nog getuige te Hellevoetsluis bij de doop van Anna Abrams Oprel. Hellevoetsluis, Doopboek 1683-1722, NG, toeg 139, inv 91A, scan 367, SA Voorne-Putten https://proxy.archieven.nl/126/4B7771F197E8330CE053050011AC1609 | Operel, Isaac Jobsz (I27491)
|
| 27008 | Op 19 september 1864 met het schip "Gerard Pieter Servatius" naar Nederland, onder toezicht van kapitein Wamsteker en echtgenote. Op 25 december 1864 aangekomen aan het Nieuwe Diep. Verder gereisd naar zijn oma in den Haag, om daar verder te blijven. | van Weelderen, Otto (I13473)
|
| 27009 | Op 1juli 1653 kocht zij als weduwe 2 morgen en op 19 augustus 1654 1 morgen land te Meerkerkerbroek op de Duijnen. | van Hoff, Pieterchen Hendricksdr (I12765)
|
| 27010 | Op 2 februari 1868 uit Nederland gearriveerd (woonde daar bij zij omaChatin) In 1864 het hoog-ambtenaars-examen behaald.; in juni 1868 benoemd totambtenaar ter beschikking bij de landelijke inkomsten en kultures opJava, te Poerwakarta. | van Weelderen, Wijnand Adolf (I5655)
|
| 27011 | op 23 juli 1932 vertrekt A.F. Unger alleen met het m.s. Kota Gede naat Rotterdam https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:001740042:mpeg21:a00021 In 1934 laatste vermelding van C.J. v Zanten Jut in in Nieuw Adresboek. De vermelding liep echter na overlijden nog wel eens een of meer jaren door. Mogelijk is C.J. van Zanten Jut overleden vóór juli 1932. | van Zanten Jut, Cornelis Johannes (I23107)
|
| 27012 | Op 24 nov. 1707 is er een afhandeling van een erfenis van wijlen Ettien Elses met Lucas Haselhoff. Folckert Engelberts zal genieten Jolinck-Arve, met nog een huis en land te Hoorn. | Elses, Ette (I1576)
|
| 27013 | Op 26 mei 1777 verkopen Willem Geerts Smit en Maria Beukers,echtelieden, Harms Geerts Smit en Maria Alserda, echtelieden, alsmede Catharina Geerts Smit en Harm Jan Visscher, echtelieden, tesamen kinderen en erfgenamen van hun overleden moeder Lutke Geerts, weduwe van Geerts Willems, aan Frans Harms Kolbeek en Helena Hindricks Niehoff, echtelieden, "een weverie met stellen en verdere weversgereedschappen", staande en gelegen op de Uiterdijk te Onderwierum, vaste huur 1 gld. 5 st. aan de douariere de Hertoghe vrouwe van Feringa. Verkocht vooor 350 caroliguldens. R.A.G., R.A. XXXIXe, fol 146 Uit Gruoninga 1991 pag. 34 | Kolbeek, Frans Harms (I1093)
|
| 27014 | Op 26.02.1876 levenloos opgehaald uit de Maas bij IJsselmonde. https://hdl.handle.net/21.12133/00C5C3D011B148838C7DECB68CAF0587 | Visser, Hendrik (I5517)
|
| 27015 | Op 28 april 1436 koopt Glimmer Janszoon van Roelof van Rijswijck, de laatste ambachtsheer uit het oude geslacht van Rijswijck, de ambachtsheerlijkheid van Rijswijk. Zijn zonen gaan zich al snel ook "van Rijswijck" noemen en zegelen al direct met het wapen met de zalmen. In het handvest voor het Land van Altena van 1452 wordt zijn zoon Jan Glimmersz. uitdrukkelijk "van Rijswijck" genoemd en zijn zegel met het wapen met de zalmen hangt aan het document. Dit leidt tot speculaties over de afkomst van Glimmer Jansz. als zijnde ook een van Rijswijck of een van Emmickhoven, of als zijnde gehuwd met een "van Rijswijck". Zolang hierover geen documenten tevoorschijn komen, ga ik daar niet in mee. Een genealogie hoort gebaseerd te zijn op feiten en niet op meningen, verwachtingen of vermoedens. Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68, fol. 39, 28-4-1436: "Anno 1436 den naesten saeterdach nae Sinte Jorisdach heeft opgedragen in handen mijns jonckheren van Meurs als ruwaert van den lande van Altenae Roeloff van Rijswijck, dat dagelijks gerecht van Rijswijck tot 10 schillingh toe ende alle vervallen (d.w.z. boetes) dat in den gericht van Rijswijck vervallen boven 10 schillingh, dat sal zijn die evendeel ons ende onse nacomelingen, heeren tot Altenae. Noch dat huus tot Rijswijck met zes mergen lants in den Gherstcamp ende noch eenen camp van vijf mergen geheijten die Overhoef en noch vijf mergen lants gelegen in Vrederix camp nae luijden zijne brieve ende dit tot behoeff Gelijmer Jansz. Ende is die voors. Gelijmer Jansz. op den staenden voet met desen voorscreven leengoederen beleent ende verleijnt geweest. In presentie Aernt van Giessen ende Wouter van Emmickhoven". Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68, fol. 30: Huijs en gesaat met alle toebehoren in het ambacht van Rijswijk, 2 morgen op den Eng, 3 morgen genaamd de Hoogkamp en 2 morgen in Coenraadscampen. 1460: Adriaen Dirc Glimmersz. van Rijswijck na het overlijden van zijn vader met consent van diens moeder joffr. Elisabeth des voorn. Gerrit Jansdr. van Rijswijck. 3-4-1482: Adriaen van Rijswijck Adriaensz. na overlijden van zijn vader, de hofstad en 2 morgen en 10 morgen, de smaltiende. Hij was onmondig, zijn voogd was Jan van Rijswijck Jansz. | van Rijswijck, Glimmer Jansz (I15994)
|
| 27016 | Op 5 februari 1584 werd aan hem overgedragen de eigendom van 3 morgen land in een weer van 6 morgen en op 27 mei 1590 de eigendom van 1,5 morgen in een weer van 5 morgen, beide op de noordzijde van Goudriaan. Schout 1579, schepen/heemraad 1580-1588, 1590-1598, 1601-1607, 1609, 1611, 1613-1614, 1616-1619. Bron: De Hek, XII, 72; Tukker, 34; Prins, Onze voorouders II, 64; Barjesteh, Kwartierstaten, 82, 212; Den Hartogh, 127, 132; Van der Graaf, 55. | Boel, Aryen Dircksz (I13213)
|
| 27017 | Op 9 oktober 1775 werd voor Peeter van Vugt een akte van indemditeit afgegeven voor Sleeuwijk of elders | van Vugt, Peeter (I19011)
|
| 27018 | op de hofstede Botland te Nieuwerkerk | Leijnse (van den Berge), Abraham Cornelisse (I26027)
|
| 27019 | op de hofstede Bouwlust te Nieuwerkerk (genoemd in 1647 en 1653) | Leijnse (van den Berge), Jacob (I26033)
|
| 27020 | op de hofstede De Stolpe | Wagenmaker, Marinus Claesse (I18132)
|
| 27021 | op de hofstede Favorite (no 49) te Sirjansland (André Flikweert, Middelburg) | de Rijke, Jacob (I4427)
|
| 27022 | op de hofstede in de 16e mate van Botland aan de Lijkeweg (tegenover de Noordhoeve) | van den Berge, Jan Abrahamse (I249)
|
| 27023 | op de hofstede Luctor en Emergo te Nieuwerkerk | de Bruine, Jacob Eymantse (I18081)
|
| 27024 | op de hofstede op de hoek van de Langeweg / Jan Goudzwaardweg te Bruinisse | van den Berge, Cornelis Janse (I18102)
|
| 27025 | op De Keulse Putten te Nieuwerkerk | Pijpeling, Frans Janse (I26038)
|
| 27026 | op De Middelste Hofstede te Ouwerkerk | van den Berge, Cornelis Abrahamse (I26052)
|
| 27027 | op de pk van zoon Junius staat 24 oktober 1841 op de pk van dochter Ida staat 28 oktober 1845 | van Lingen, Hermanus Johannes Lodewijk Joseph (I3394)
|
| 27028 | Op de plaats waar Hendrick woonde ('t Waal, nu een buurtschap ten oosten van Langerak) is ooit (waarschijnlijk al in de Middeleeuwen) een dijkdoorbraak geweest waarbij een wiel is ontstaan; na deze dijkdoorbraak is de dijk niet rechtdoor hersteld, maar om het wiel heen gelegd (pas eeuwen later is de dijk weer rechtgetrokken; een deel van de oude dijk is nog in het landschap zichtbaar als het straatje "Waal" dat vanaf de Lekdijk landinwaarts loopt). Hierdoor ontstond een halfronde "uitstulping" van de Lek landinwaarts, die later langzaam verzand is. Dit is misschien het moeras waar "Mors" naar verwijst, hij woonde aan het eind van zijn leven ernaast. Het kan natuurlijk ook zijn dat zijn grootvader "Mor" heette. Hendrik Dirks Mors bezit in Langerak twee weren land van ieder zeven morgen, veertien morgen totaal. In het Utrechts archief bevinden zich in de stukken van de Staten van Utrecht twee lijsten met het oudschildgeld van Langerak. De 'oude aenbrengh' dateert van ver voor 1550 en de tweede, 'de nieuwe aenbrengh' vermoedelijk uit de jaren '90 van de zestiende eeuw. Op de eerste lijst wordt Hendrik Dirks niet vermeld, hetgeen te verwachten was. Het is niet te zeggen of op deze lijst de vader van Hendrik voorkomt. Zoals vermeld in de inleiding, is Dirk in die periode een veel voorkomende naam. Zeker is, dat Hendrik Mors de beide weren niet van zijn vader geërfd heeft. Op de tweede lijst staat voor het eerste weer: de Heilige Geest tot Langeraeck, nu Henrick Dircx Mors, 7 mergen, eigenaar en gebruiker. en voor het tweede weer: Gerret Cornelis en erfgenamen, nu Henrick Dircx Mors, 7 mergen. Te oordelen naar de lijst van 'de nieuwe aenbrengh', moet men Hendrik Dirks Mors rekenen tot de beter gesitueerden van Langerak. Op deze lijst komen slechts enkele personen voor, die meer bezitten dan 14 à 15 morgen, uiteraard de Heer van Langerak niet meegerekend. Daarenboven treft men op de laatste lijst eveneens zijn oudste zoon aan, die dan eigenaar is van een weer van 6 1/2 morgen. Zeven kinderen van Hendrick Mors, drie zoons en vier dochters, zijn volwassen geworden. Twee van deze zeven kinderen overlijden voor hun vader. In juli 1591, ruim tien jaar voor zijn overlijden, moet Hendrick meemaken, dat zijn zoon Jan door messteken om het leven wordt gebracht. De dader ontvlucht Langerak. Voor het gerecht van Langerak is een proces geweest waarbij de (afwezige) dader onder andere tot een hoge geldboete en levenslange verbanning uit de heerlijkheid wordt veroordeeld. Bijna drie jaar na de doodslag op zijn zoon sluiten Hendrick Mors en zijn overige kinderen een overeenkomst met de dader en diens familie. De familie Mors zal financiële genoegdoening krijgen van de dader (of diens familie) en zal zich dan niet verzetten tegen een eventuele kwijtschelding van de straf, die de dader is opgelegd. Kwijtschelding of vermindering van een dergelijke zware straf kan alleen gegeven worden door het Hof van Utrecht. In een dergelijk geval is het niet ongebruikelijk de dader af te schilderen als een goed mens en de schuld bij het slachtoffer te leggen. Na het overlijden van Hendrik Mors ontstaat onenigheid tussen zijn tweede vrouw, de weduwe IJchgen Adriaans, en zijn kinderen. De geschillen zijn ten dele tussen de weduwe en enkele kinderen afzonderlijk, maar ook tussen de weduwe en alle kinderen samen. En uiteraard, niet te vermijden, tussen de kinderen onderling. Waarschijnlijk is Hendrik zelf debet aan de onenigheid. Hij zou voor zijn overlijden zijn kinderen hun moederlijk erfdeel nog niet uitbetaald hebben. De geschillen leiden tot processen voor schout en schepenen van Langerak. Het is Belitgen Hendriks, vermoedelijk de jongste dochter van Hendrik Mors, die de aanval opent op haar stiefmoeder. Het gerecht doet bij deze eerste zitting geen uitspraak en vindt dat Beligje terug moet komen op de volgende rechtdag met haar broers en zusters, de overige erfgenamen van haar overleden vader. Zij allen zijn betrokken bij het geding. De weduwe is kennelijk niet bereid zo lang te wachten en drie weken later daagt zij de kinderen voor het gerecht op een buitengewone rechtdag. De kinderen protesteren tegen de kosten voor deze buitengewone zitting van het gerecht. Zij vinden dat gewacht had kunnen worden op de volgende reguliere zitting. Beide partijen worden gesteund door een procureur. De eiseres, waarschijnlijk moe geworden van alle ruzies, wil de kinderen dwingen tot een boedelscheiding binnen 24 uur. De kinderen zijn daartoe niet bereid en eisen eerst uitbetaling van hun 'moeders goed' en een schriftelijke inventaris van de boedel van hun overleden vader. Als dat gedaan is, zijn zij bereid over te gaan tot loting en verdeling van de boedel. De weduwe laat weten dat de kinderen voldaan zijn van hun moeders goed en toont een beschikking die op dezelfde dag gedaan is. Zij daagt de kinderen uit onder ede te verklaren niet voldaan te zijn. Het gerecht bepaalt dat de eiseres de verzochte inventaris zal leveren binnen drie dagen. Verder moeten de erfgenamen twee dagen daarna op vrijdag den 17de juni elk afzonderlijk onder ede verklaren of zij voldaan zijn van hun moeders goed of niet. Daarna kan overgegaan worden tot scheiding van de boedel. Op de volgende buitengewone rechtdag, twee dagen later, verklaren de schepenen de eis van de weduwe tot boedelscheiding te komen, voor gerechtvaardigd. De weduwe zal dus een inventaris geleverd hebben. De schepenen bevelen partijen met elkaar voor zonsondergang van de volgende dag 'int vruntlick te loten' en de boedel in twee gelijke delen te splitsen, tenzij eventuele huwelijksvoorwaarden tussen IJchgen Adriaans en wijlen Hendrik Dirks Mors anders bepalen. 'Ende bij aldien zijluiden de voorn[oemde] lotinge inden voors[egde] tijd niet alzo met den anderen in vruntschappen zouden doen, maar enige weigerich bleven, zoo zal de willige ende geïnteresseerde jegens den maandag eerstcomende schout ende schepenen doen citeren, te compareren ter plaatse in kwestie, om dezelve lotinge tot costen vande onwillige gerechtelijk gedaan te worden'. De schepenen houden een stok achter de deur. Zij eisen een minnelijke schikking. Zo niet, dan zullen zij de boedel laten verdelen op kosten van de dwarsligger(s). De uitbetaling van het moederlijk erfdeel van de kinderen blijkt toch niet helemaal rond te zijn, ondanks de eerdere beschikking van de weduwe. Mochten enkele gedaagde erfgenamen nog aanspraak maken op zaken en goederen die in het sterfhuis van hun moeder aanwezig waren, dan zal de weduwe hem of haar de waarde daarvan vergoeden. Natuurlijk moeten de erfgenamen aan kunnen tonen, dat zij terecht aanspraak maken op die zaken. Uitbetaling hiervan dient vooraf te gaan aan de verdeling van de opbrengst van de verkoop van het meubilair na het overlijden van Hendrik Mors. Beide partijen worden veroordeeld in een gelijk deel van de kosten van het rechtsgeding. Dan blijft het enige maanden rustig en het lijkt erop dat de afwikkeling van de nalatenschap van Hendrik Mors tot ieders tevredenheid gedaan is. Maar op 29 november wordt de weduwe weer voor het gerecht gedaagd, nu door de oudste zoon van Hendrik Mors, Cornelis Hendricx Uul, en één van zijn schoonzoons Philip Bastiaens. De beide eisers verwijzen naar de sententie van het gerecht van 17 juni. Zij verlangen dat de weduwe veroordeeld wordt tot betaling van 75 gulden aan ieder van de eisers. Dit geld zou hen toekomen, wegens nog niet verrekende huur of pacht voor de zeven morgen land, die de weduwe gebruikt heeft tot de boedelscheiding, wegens de opbrengst van de vruchten van het land en de 30 of 40.000 'houpen' die zij heeft gehouden. Uitspraak wordt niet gedaan en op volgende rechtdagen wordt deze zaak nog op de rol vermeld. De namen van de kinderen van Hendrik Mors komen nog enige malen voor op de rol van de rechtdagen. Van een enkel proces zijn de uitkomsten niet bekend. Het kan zijn dat delen van het betreffende dingboek verloren gegaan zijn, maar zeer wel mogelijk is, dat uiteindelijk in de meeste gevallen onderling een regeling getroffen is. De processen worden hieronder besproken. Op 6 maart 1604 vindt ogenschijnlijk het laatste rechtsgeding plaats over de afwikkeling van de nalatenschap. Hoewel geen van de nakomelingen van Hendrik Dirks de achternaam Mors verder voert, zal die naam nog enkele eeuwen voortleven. Tijdens zijn leven wordt een deel van de veertien morgen aangeduid met de naam 'het Heilige Geestweer'. Na zijn dood zal het weer steeds zijn naam dragen: het Heyn Dirks Mors(se)weer. | Mors, Hendrik Dirks (I21340)
|
| 27029 | op een hofstede in de 16e mate te Nieuwerkerk (ambacht Botland), ten westen van de Lijkeweg (in 1619 en 1626 eigendom van zijn schoonvader) | Leijnse (van den Berge), Abraham Cornelisse (I26027)
|
| 27030 | op erve "Broers I" te Veele | op 't Broers, Johan (I6544)
|
| 27031 | op grafsteen staat 14-10-1904 als geboortedatum | Micola, Philippine (I24985)
|
| 27032 | op grafsteen staat de geboortedaum verkeerd vermeld (14 i.p.v. 17 april) | Zoeteman, Pleuntje (I42166)
|
| 27033 | op haar paspoortaanvraag noemt zij 1890 als geboortejaar | van Waardenburg, Eugenie Grethe Melanie (I43976)
|
| 27034 | op het fiche van haar man heet zij ook: Lijsbeth Adriaen Cauwenbergh | Cauwenberchs, Lijsken Aerts (I1023)
|
| 27035 | op het fiche van haar man heet zij: Lucia Michiel Willem Laureijs Ancems. | Laureijssen, Lucia Michiel Willem (I87)
|
| 27036 | op het hoekerschip (hoekwant vissersschip) "de twee Annaas" | Sonnevelt, Leendert Jansz (I18685)
|
| 27037 | op hofstede aan de dijk in Oosterland | van der Weel, Joost (I26068)
|
| 27038 | op hofstede no 1 te Sirjansland | de Rijke, Marinus (I4539)
|
| 27039 | op IPO van zijn vrouw staat 28-03-1947 | Gezin: Hendrik van der Sloot / Louise Henriette Pauline Micola von Fürstenrecht (F1645271037)
|
| 27040 | op overlijdenslijst staat 71 jaar | Vervoorn, Leendert Ariens (I23764)
|
| 27041 | op zijn verzoek | Schlüter, Willem Petrus Johannes (I10422)
|
| 27042 | Opdracht om met Abraham van de Water te komen tot scheiding van de boedel van hem en zyn overleden vrouw Johanna Bouwman, ten behoeve van de medeërfgenamen: Dirk van de Water, zoon; Benjamin van de Water, zoon; Johannes Mulder gehuwd met Helena vd Water, dochter; Frederik Quint gehuwd met Aletta van de Water, dochter; Pieter van de Water, zoon | van de Water, Petrus (I21897)
|
| 27043 | Opium en zoutregie, Krampon, Madoera | Tiber, Paul Frederick Rudolph (I37857)
|
| 27044 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Noorland, Wilhelmina Cornelia Adriana (I3975)
|
| 27045 | Opmerking(en): 1e Bijregister 1918 | Couwenberg, Else Marianne (I1176)
|
| 27046 | Opmerking(en): Ouders zijn overleden.. Overlijden vermeld in het eerste Bijregister. | van Es, Afina Jacoba (I22902)
|
| 27047 | Opmerkingen achter Hermannus is later aangetekend: verstorven https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/f8e7757b-12ac-c0e4-c15d-3d044e6b5dba | Jans, Hermannus (I10865)
|
| 27048 | Opmerkingen: in onecht geboren kind https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/8275dfeb-2032-cb93-bfbb-394f4242f188 | Puts, Gerardus (I10432)
|
| 27049 | Opmerkingen: Maria Margareta Douw is de weduwe van Geralt Soutmaat | Douw, Maria Margaretha (I13018)
|
| 27050 | Oprel / Operel / Oppereel | Operel, Isaac Jobsz (I27491)
|