| Aantekeningen |
- "Bierling te Groningen", P.J.C. Elema; Gens Nostra, 2003
Roelf en Grietje bleven zitten in de tuinderij die Grietje met haar eerste echtgenoot had bewoond.
Zij namen ook de pacht van tuinland van het Heilige Geest Gasthuis over. Daarnaast kreeg Roelf Bierling (of: Beerling) van dit gasthuis vanaf 1790 jaarlijks een betaling ad ƒ 25.6.0 voor het slachten van elf koeien, en het snijden van elf 'verkens'. De laatste betaling was over 1807; in 1808 had Jacob Willems deze taak overgenomen.
Eveneens vanaf 1790 betaalde het gasthuis hem jaarlijks een som van gemiddeld honderd gulden voor 'groentens', deze leverantie bleef na zijn dood op naam van de weduwe staan, in 1815 werd die op Jan Bierling overgeboekt.
Roelf Bierlingh en Grietjen Jans kochten op 7 mei 1796 van de kinderen van Geert Sickes Bontekoe en Anngegyn Tonnys twee hoven naast elkaar, buiten de Heerepoort ten zuiden in de Brandenburgersteeg gelegen. Zwetten of belendingen: ten noorden Jan Croese, ten oosten Hindrik Pieters, ten zuiden Fennegien Berends en ten westen de weduwe Uilkens. Samen met Bastiaan Hindriks Koster en Elizabeth Mulders, echtelieden, elk voor de helft, kochten zij op 4 mei 1801 bovendien de beklemming van een moestuin buiten de Oosterpoort (?) gelegen, zwettende aan de tuin van Roelf Beerling, doende jaarlijks aan het Anthonygasthuis tot vaste huur ƒ 43.18.0. De prijs bedroeg niet minder dan ƒ 3365, contant betaalden zij ƒ 2165, de rest namen zij als hypotheek op.
Tenslotte verkochten in 1804 Roelf Bierling mede voor zijn vrouw Grietje Jans Bieding, en Gosse Dobbinga mede voor zijn vrouw Hillegien Harms, aan Jantjen Berends, weduwe van Jan Jans Wal (p.q. haar zoon Jan Jans Wal) de volle eigendom van ongeveer acht grazen land, de Peerdevenne genaamd, gelegen onder het schatregister van Bedum. De belenders waren ten noorden Freerk Pieters, ten oosten de weduwe van Cornelis Jakobs, ten zuiden 'de kopersche' en ten westen Willemjans. Prijs ƒ 2200: contant voldaan werd de helft.
|