| Aantekeningen |
- Westerwolders en hun woningbezit,deel 2, het kerspel Vlagtwedde:
29-04-1789 Pastor W.E. Chatin, als gevolmachtigde van zijn moeder, de weduwe van de controleur J.W. Chatin, verkoopt aan Hendrik Jans Bontkes in de Stakenborgh onder Vlagtwedde, voor de somma van 700 Car. gld.: een behuizing, genaamd de Stakenborgh, met tuin en bouwland rondom het huis, tot dusverre door de koper meijerwijs bewoond.
Warkums Erfskip:
In een resolutie van 13 november 1792, waarbij dominee W.E. Chatin en dominee S. van Andringa worden aangesteld het rectoraat voor de helft te bedienen, en "alsoo de jeugd hier ter stede, zulks begerende, in de Latijnse school te onderwijzen te hunner huize".
Op maandag 16 februari 1795 worden de burgers H. Strooband, Jan Gerbens Kingma, Wopke Brouwer, Harmen Pieters, Jarig Tj: Deinum, Jan Loman, Sipke Tjeerds, Jurjen Scholts, Simen Stoffels en Jan de Hoop, allen leden van de Provisioneele Municipaliteit (voorlopige gemeenteraad) van Workum door de gecommitteerden van her Committé Revolutionair van de Provincie aangesteld en op het bordes van het Raadhuis van Workum beëdigd.
Op vrijdag 26 April 1799 draagt de Magistraat de administratie, boeken, papieren en contante penningen (ƒ632) van de gereformeerde kerk over aan de burgers W.E. Chatin en R. Hermanides (bij absentie van de burger S. van Andringa), kerkvoogden van deze kerk. Hiermee was de scheiding tussen Kerk en Staat in Workum een feit geworden.
16059 Eiser: Tjebbe Pieters Deinum, c.s., in kwaliteit als kerkvoogd van Workum, requiranten; Gedaagde: Wilhelmus Elias Chatin, requireerde definitieve sententie nr. 9 1802 dec. 20
16168 Eiser: Procureur-generaal, r.o., aanklager; Gedaagde: Wilhelmus Elias Chatin, beklaagde definitieve sententie nr. 11 1804 mei 15
"Naamlijst van N.H. Predikanten in Friesland", dl 1 en 2, T.A. Romein; 1886-1892
1792. Willem Elias Cliatin deed, beroepen van Hindeloopen , zijn intreerede den 4 November, en was ook rector. Wegens een crimineel vonnis van 't Hof van Friesland, den 15 Mei 1804 tegen hem geveld, omdat hij zich in zijne administratie als kerkvoogd had schuldig gemaakt aan verregaande bedriegerijen, onlrouw en falsiteit, en waarbij hij door 't Hof gecondemneerd was om op zijne kosten een half jaar op 't blokhuis te zitten en voorts uit Friesland voor den tijd van 5 jaren gebannen was, is hij door de klassis van Bolsward en Workum, in de vergadering van den 22 Mei 1804, van zijne bediening ontzet, 't gebruik van het Avondmaal hem ontzegd, met last aan den kerkeraad van Workum, om zijnen naam uit 't boek der lidmaten te schrappen.
zie ook testament van
Antoine Sabourin, testament 26-10-1791, Not Joannes Hendrik Burnier toeg 0372-01, inv 4532, p 451 ev (1)
|