| Aantekeningen |
- "Genealogie Crans", A. Crans; uitg. Pirola, 2004
Annegien heeft de familie-brouwerij Crans tijdens haar tweede huwelijk met Reinder aangehouden. Zij bezit met Jantien Hendricks drie mande kamers in de Molenstraat bij 't Bolwerk op stadsgrond, die zij op 18 mei 1628 verkochten aan Catrijni Boyckema, weduwe van Jan Gerrits voor 100 gld.
Op 28 januari 1632 vinden we een schuldbekentenis van haar dat zij aan haar man Reinder 500 daler schuldig is wegens voorgeschoten geld en geleverd hout tot öpbouwinge van haar brouwhuis". Rente 5%.
Annegien verkocht in 1635 aan haar zuster Dirkje, weduwe van Johan Krijns, haar 1/9 aandeel van een stuk grond met begroeiïng tussen de Heerepoort en de Papenpoort voor 123 daler. Dit had zij van haar moeder veerkregen. Had zij toen geld nodig? Het lijkt erop, want Hendrik Krijns (zoon van haar zwager Johan) en echtgenote Wendeltje Harmens hadden op haar een vordering van 100 gld wegens achterstallige rente, die zij niet kon betalen. Op 5 september 1639 geeft zij aan de Stadspander Pieter Geerts voor deze schuld in onderpand "6 sulveren koppen, een bedde met zijn toebehoor en een slaebbanck"
Het gaat heel slecht met Annegien, want van 14 februari tot 28 maart 1641 worden al haar "schulden, renten en actiën"beschreven. Bij elkaar bedragen die 1450 daler en 2850 car gld exclusief de achterstallige rente, Op 1 oktober van dat jaar draagt zij aan haar zoon Lubbert en dochter Annetje haar huis aan de noordzijde van de A-kerk over, waarin zij met haar man Lubbert Lubberts Birza gewoond heeft en dat zij van haar ouders had geërfd. Zoon Lubbert verkoopt zijn aandeel in dit huis meteen door aan zijn zuster en zwager Otto Reinders.
In 1644 is er een kwestie tussen haar en de kinderen van haar tweede man Reinder Ottens. Die eisen alle nagelaten goederen van hun vader. Annegien, bijgestaan door haar zoon Lubbert, is van oordeel dat zij slechts recht hebben op de helft. Uiteindelijk wordt dat ook overeengekomen en burgemeester en raadsheren beslissen op 10 februari 1648 dat Annegien recht had op 6200 cargld. Inmiddels was Annegien overleden,vermoedelijk in 1646.
|