| Aantekeningen |
- "De patentoliefabriek aan de Nieuwe Haven, de geschiedenis van Nieuwe Haven 49 te Dordrech; Werkgroep Het Nieuwe Werk, 2007
Jan Pietersz. Gront is ondermeer bouwheer van de pakhuizen Oude Grond op de Nieuwehaven 11-13, Dordrecht
1645 – 1690 Jan Pietersz. Gront
Jan Pietersz. Gront gaat op 7 april 1641 in ondertrouw met Lijsbeth Sam Jacobsdochter. De bruid is een jongedochter d.w.z. dat zij niet eerder is gehuwd geweest. Zij is afkomstig uit Tiel. Gront is een jongeman afkomstig uit het Land van Berg, een hertogdom nabij Gulik in Duitsland.
Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren, waarvan acht gedoopt in Dordrecht: Jacobus op 30 januari 1642, Pieter op 8 juli 1643, Catharijn op 12 februari 1645, Catrijnken op 29 november 1646 (roepnaam Catharina), Dirck op 3 december 1648, Dirck op 4 april 1650, Aegje op 4 februari 1654, Arnoldus op 30 maart 1658. De geboorte van Jan is niet aangetroffen. Slechts vier kinderen bereiken de volwassen leeftijd.
De ijzerhandel trok in de 17e eeuw veel mensen naar Dordrecht. Deze branche kon zich in een grote bedrijvigheid verheugen. Met name de wapenhandel was zeer winstgevend.
In die tijd was het gebruikelijk, dat bij overlijden van één van de echtelieden met nalating van minderjarige kinderen de Weeskamer zich bemoeide met de nalatenschap van de overledene. Door een testament op te maken, waarbij de Weeskamer werd uitgesloten en waarin de voogdij werd geregeld, kon men dit gebruik uitsluiten. Een testament op de langstlevende wordt door Gront en zijn echtgenote op 3 februari 1645 opgemaakt bij notaris Daniël Eelbo. De langstlevende wordt daarin verplicht de nagelaten kinderen behoorlijk op te voeden tot meerderjarigheid om hen vervolgens een som van drie duizend gulden uit te reiken.
Jan Pietersen Gront, coopman ende d’eerbaere Elisabeth Sam, echte man ende wijf testeren.
Comende totte voorgenomen dispositie der tijtelijcke goederen, verclaerden zij testateuren omme de liefde, affectie ende echtelijcke vruntschap die sij seijden malcanderen toe te dragen, gemaeckt, gewilt ende geordineert te hebben, reciproce over ende weder over, als dat de langstlevende van hen beijden in vrijen vollen eijgendom sal blijven besitten, behouden ende gebruijcken alle ende iegelijcke goederen, soo roerende als onroerende, actien, inschulden ende crediten, huijsraet, meublen ende imboel, gelt, gout, silver, gemunt ende ongemunt, geen uijtgesondert nochte gereserveert.
De langstlevende sal gehouden sijn haer beijder kinderen alreede bij malcandren geprocreert ende alsnoch te procreeren ende die den eerststervende van hen beijden int leven naer laten sal behoorlijck te alimenteren ende onderhoude, in aet [eten], dranck, cleedinge ende reedinge, ter scholen houden gaen, een ambacht, hantwerck ofte andere oeffeninge te doen ende laeten leeren. Daer toe deselve nut ende bequaem wesen sal en sullen ende in aller stichtinge op te brengen tot mondige dagen ofte houwelijcke state toe ende daertoe gecomen onder hen allen eens d’somma van drije duijsent caroli gulden.
Aan Jan Gront wordt op 12 september 1646 toestemming verleend om een pothuis te plaatsen aan de zijkant van zijn woning op de hoek van St. Joost.
Een pothuis is een uitbouw voor de ingang van een kelder, in dit geval aangebouwd aan het eigenlijke hoekhuis. Vroeger werden er potten in bewaard. Het ligt buiten de rooilijn op de openbare straat en werd in de 17e eeuw oogluikend toegelaten.
In 1656 koopt Gront (ook geschreven als Grond of Grondt) een perceel grond op de Nieuwe Haven te Dordrecht, waarop een dubbel pakhuis verrijst met de naam ‘Oud Grond’. Dit pakhuis is in de nacht van 12 op 13 september 1957 volledig afgebrand. Het in 1958 nieuw gebouwde pakhuis werd in 1988 opgesplitst in appartementsrechten en draagt nog steeds zijn naam.
|