Jan Hendricksz de Beauvoir

Jan Hendricksz de Beauvoir

Mannelijk - vóór 1561


Persoonlijke informatie    |    Aantekeningen    |    Bronnen    |    Alles    |    PDF

  • Naam Jan Hendricksz de Beauvoir 
    Geboorte J  [1
    Geslacht Mannelijk 
    FACT lid St. Jorisgilde te ’s-Gravenhage  [1
    • 1540, 1541, 1543, 1550, 1552,
    Beroep apotheker  [1
    • te 's-Gravenhage (1539, 1540, 1542)
    Beroep Secretaris extra-ordinaris Hof van Holland  [1
    • benoemd 13 febr. 1549, eed afgelegd 26 febr. 1549,
    Beroep substituut procureur-generaal Hof van Holland  [1
    Beroep van 1534 tot 1538  [1
    deurwaarder van de Grote Raad van Mechelen, residentie 's-Gravenhage 
    Overlijden vóór 22 mrt 1561  [1
    Persoon-ID I16918  stamboom Feringa-Couwenberg
    Laatst gewijzigd op 30 jul 2022 

    Vader Heijndrick de Beauvoir,   geb. ca. 1465   ovl. 1524 (Leeftijd 59 jaar) 
    Moeder Marieken Allardsdr   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Gezins-ID F1364201798  Gezinsblad  |  Familiekaart

    Gezin Neeltje Joris   ovl. na 22 mrt 1561 
    Huwelijk Type: civil 
    Kinderen 
     1. Jasper Jansz de Beauvoir,   geb. ca. 1542   ovl. Leiden Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie
     2. Maria de Beauvoir   ovl. Ja, datum echter onbekend
     3. Hendrik de Beauvoir   ovl. Ja, datum echter onbekend
    Gezins-ID F1354985257  Gezinsblad  |  Familiekaart
    Laatst gewijzigd op 17 mei 2026 

  • Aantekeningen 
    • Jan Heijndricksz (Harry) de Beauvoir, onmondig 6 sept. 1529

      collationeerde voor het klooster Maria Magdalena op 20 april 1534 een akte

      2 dec.1539: Jan Heijndricksz de Beaunoir, apotheker (‘Jan Harry’), verklaart een jaarlijkse erflosrente van 12 carolus gulden schuldig te zijn aan meester Anthonis Herweijer, doctor in de medicijnen, verzekerd op
      zijn huis en erf in de Hoogstraat, geheten ‘Den Gulden Arent’, belend ten oosten de Hoogstraat, ten zuiden het huis genaamd ‘Sint Joris’, ten noorden Frans Nachtegael, bontwerker, en ten westen heer Claes Wiggers en Heijnrick de droogscheerder. Het perceel was afkomstig van Adriaen de Milde en al belast met 6 pond Hollands voor het Heilige Sacramentsgasthuis.
      25 okt.1540: Jaepmijne Jansdr, weduwe Jorys Jacobsz, met Jan Heijndricxsz haar gekoren voogd in deze voornoemde Jan Heijnricxsz voor hem zelve, Jan Jorijsz [?] de Beaunoir, verklaren een jaarlijkse rente
      van 27 carolus gulden per jaar schuldig te zijn aan meester Jan Duijck, advocaat voor het Hof van Holland, en diens huisvrouw Anna van Steenhoven, verzekerd op haar huis en erf in het Westeinde, belend ten
      westen Jacop Jansz met de ‘Hierstege’, ten noorden en oosten meester Jan Duijck, en ten zuiden de heerstraat; nog op het huis en erf van Jan Heijndricxsz de Beaunoir (!) in de Hoogstraat, belend ten noorden het
      huis van Duijck Jacobsz, ten oosten de heerstraat, ten zuiden het huis genaamd ‘Sint Joris’, en ten westen Heijndrick de droogscheerder; nog op het huis en erf van Jan Jorisz in de Spuistraat, belend ten noorden
      de heerstraat, ten oosten Pieter in ‘Het Wolffken’, en ten zuiden en westen Kors van der Beeck.
      23 nov.1540: Jacobmijne Jansdr, weduwe van Jorys Jacobsz, met Jan Jorisz, in deze haar gekoren voogd, voornoemde Jan Jorisz voor hem zelf, en Jan Heijndricxsz, apotheker, verklaren een eeuwige erfelijke
      rente van 12 carolus gulden per jaar schuldig te zijn aan Elisabeth de Jonge, dochter van mr Jan de Jonge, griffier in het Hof van Holland,verzekerd op:
      1. het huis en erf van Jacobmijne Jansdr in het Westeinde, belend ten westen het huis van Jacob Jansz, lakenkoper, ten noorden en oosten Jan Duijck, als echtgenoot van de weduwe van Dirck Deym, en ten
      zuiden de heerstraat
      2. het huis en erf van Jan Jorisz in de Spuistraat, belend ten westen en zuiden Kors Pietersz van der Beeck, ten noorden de heerstraat, en ten oosten Pieter in ’t Wolfken
      3. het huis en erf van Jan Heijndricxsz in de Hoogstraat, belend ten westen Heijnrick de droogscheerder; ten noorden Frans Jansz Nachtegael, ten zuiden IJsbrant in St. Joris, en ten oosten de Heerstraat.
      22 nov. 1540: belending van Jan Harry, apotheker van een huis in de Hoogstraat.
      4 nov.1542: Dirck Jacobsz, bakker, transporteert aan Willem Pietersz twee rentebrieven. De tweede van 3 pond hollands ’s-jaars is verzekerd op het huis, erf en 3 morgen land van wijlen Adriaen Huijgezoen en nu
      in het bezit van Adriaen jonge Neel. Frans Jansz Nachtegael, Dircks schoonvader, verzekerde deze rente mede op zijn huis en erf in de Hoogstraat, belend zuid en west Jan Haroy de Beauvoir, apotheker, oost de heerstraat en noord Roellandt la Franche, pasteibakker.
      1543: 2de kwartier ’s-Gravenhage: ‘Jan Harry een huijs bij estimacie up xxvi pond sjaers daerom hier als voeren’, 2 pond 12 sch.
      9 maart 1545: Jan Harry de Beauvoir, substituut van de procureur-generaal van Holland, koopt een kamp land van 3 maden over de Overwecht in de jurisdictie van Amsterveen toebehoord hebbende wijlen Vastert Langeszoon en Jacob Cornelisssoen, voor 107 gld.
      25 sept.1547: Abt en convent van het klooster Egmond beklagen zich over de handeling van Johannes Henrici de Beauvoor, substituut van den procureur-generaal van het Hof van Holland, die in strijd met de priviliges van het klooster, zekere Egidius van den Inden uit de vrijheid van het klooster naar de Voorpoort in Den Haag heet laten overbrengen.
      1548/1549: Jehan de Beaunoir substituut van de procureur-generaal ontvangt 4 pond 17 schellingen 40 groot vlaams wegens een reis namens de procureur-generaal naar Bleiswijk en Rotterdam voor een zaak
      hangende voor het Hof van Holland tegen heer Jan Feijszoen en mr IJsbrant Soler als executeurs van het testament van heer Govert Dircxsz van Rijn, in zijn leven pastoor tot Bleiswijk.
      1548/1549: Jehan de Beaunoir, substituut van de procureur-generaal, en Pieter IJsbrantsz, deurwaarder, ontvangen 11 pond, omdat zij op bevel van procureur-generaal gereisd zijn naar Hillegom en Noordwijk
      om aldaar zekere informatie op te doen en ‘gewelt’ bij Floris Mourisz duijnmeijer en Floris Pietersz schipbroeder gedaan, Gerrijt die Wilde, substituut van de ontvanger van Bergen, op zekere landen aldaar.
      De substituut krijgt voor 5 dagen 14 stuivers per dag, de deurwaarder voor 5 dagen 8 stuivers per dag en tenslotte de dienaar (niet met name genoemd) 5 dagen 6 stuivers. Daarnaast is er een vergoeding van wagenhuur van 3 pond.45
      1560: Veenstraat oostzijde: Neeltgen Jorisdr, weduwe van Jan Harry.
      1561: Veenstraat oostzijde: Neelgen Joris, weduwe van Jan Harij.
      1561: Veenstraat: weduwe van Jan Harrij 18 pond.
      22 maart 1561: Neeltgen Jorisdr, weduwe Jan Heijndricx de Beauvoir, transporteert aan Lenaert Jorisz, een huis en erf in de Veenstraat voor 350 kgld., belend zuid Lenaert Jorisz, in de Struijs, noord Huijch Jansz
      glazenmaker, oost St. Pieterstraatje, west de Veenstraat.


      http://home.hccnet.nl/k.fijma/hbstamreeks.html
      Een deurwaarder was belast met het uitbrengen van de dagvaarding en de tenuitvoerlegging van vonnissen op onroerende zaken. In bepaalde zaken kon hij ook onderzoeks-bevoegdheden uitoefenen en en dwangmaatregelen treffen. Als symbool van zijn belangrijk ambt was hij gewapend met de deurwaardersstaf.
      Het familiewapen van Jan de Beauvoir toont drie gouden klophamers op een rood veld.
      Jan de Beauvoir was van 1543 tot 1550 substituut-procureur-generaal bij het Hof van Holland. In die functie hield hij zich bezig met de ketterij bestrijding en hij maakte twintig dienstreizen om verdachte zaken te onderzoeken. Zijn reiskosten-vergoedingen zijn nog te raadplegen in het archief (zie: ”Met recht en rekenschap: de ambtenaren bij het Hof van Holland“ door Serge ter Braake).

  • Bronnen 
    1. [S31657] .