| Aantekeningen |
- Jacob David overleed wonende aan het Steenschuur. Zijn weduwe woonde daar in 1656 nog steeds volgens de lidmatenlijst van de Remonstrantse gemeente van dat jaar, samen met haar tante Geertje Pieters, oude vrijster55. Zij overleed in een huis bij de Nieuwe brug. Uit i8e-eeuwse extracten is bekend wie tot de genodigden ter begrafenis behoorden van Reynier van den Bange (overl. 1646, zie hieronder), Maria van Outhoeck (overl. 1651), Jacob David (overl. 1655), Ermtje Harmens Douw (overl. 1662), Jan David (1596-1662), Johannes David (overl. 1669), David van Royen (overl. 1671), Aaltje Henneboo (overl. 1671), Jacob Henneboo Pietersz. (overl. 1697) en Emmerentia van den
Bange (overl. 1718)56. Zo werden op de begrafenis van Jacob David in 1655 onder meer Philips Janse Douw en Johannes Douw uitgenodigd met de toevoeging 'zijn vrouwen vaders broeders zonen'.
Daarnaast was ook Jan Douw Philipsz. uitgenodigd.
Enkele jaren later bij de begrafenis van Ermpje Harmens Douw in 1662 waren van de Douwkant uitgenodigd:
Philips Jansz. Douw en Jan Janse Douw 'vaders broeders zoonen'; Petrus Douw en Jacobus Douw 'Philips Jansz. zoonen'; Johannes Douw en Floris Douw 'Jan Jans zoonen'.
Overige familieleden waren Albert Lucasse van Stevenick, gehuwd met Catharina Douw Philips Jansdr. en notaris Joris Verburg. Het is mij niet geheel duidelijk of Verburg hier als verwant is uitgenodigd, of dat er ook andere banden met de overledene waren. Twee van hun overgrootvaders waren namelijk neven, zodat de verwantschap wel erg ver is. Aan de andere kant, wist Ermpjes oom Jan Pietersz. Douw de familiebanden wel, aangezien hij nog de vader van Joris Verburg vermeldde in zijn familieaantekeningen.
|