| Aantekeningen |
- RA Ammers inv nr. 4, 08-01-1664
Bastiaen Adriaensz, wonende te Ammers Graveland, is 2000 gulden schuldig aan Leendert Pelt, lakenkoper te Schoonhoven, die voogd is over Maria Cools en Margrieta Cools, kinderen en
erfgenamen van Adriaen Cools, in zijn leven burgemeester van de stad Nieuwpoort. Deze 2000 gulden zijn ter vervanging van drie afzonderlijke obligaties, te weten een obligatie van 600 gulden
dd 27-05-1646, een obligatie van 200 gulden dd 25-05-1647 en een obligatie van 800 gulden dd 31-05-1656, die Bastiaen Adriaensz schuldig was aan Adriaen Cools. De 2000 gulden zijn utbetaald, waarvoor een jaarlijkse rente van 4,5 % gerekend wordt. Als onderpand verhypothequeert hij acht morgen vrij eijgen lant (zo hij zelf verklaart), gelegen in Ammers Graveland.
RA Ammers inv nr. 4, 20-03-1664
Na het overlijden van hun ouders Bastiaen Adriaensz en Machdalena Bastiaens, in hun leven gewoond hebbend in Ammers Gravelant, verdelen hun kinderen (allen wonend in Ammers Gravelant) de erfenis. De kinderen zijn Bastiaen Bastiaensz, Adriaen Bastiaensz en Maritgen Bastiaens. Verder deelt ook mee Willemken Cornelis Thoom, weduwe van de overleden zoon Jacob Bastiaensz, als voogdes over hun kinderen, geassisteert met haar broer Adriaen Cornelisz Toom
De verdeling vindt plaats in presentie van Gijsbert Adriaensz, hun respectieve oom en oudoom. Opgemerkt wordt dat in de hofstede waar Bastiaen Adriaensz en Machdalena Bastiaens gewoond hebben, ook 1 morgen 4 ½ hond erfleen aanwezig is, behorend aan het huis en de baronie van Liesvelt. Dit leen zou overgaan op de oudste zoon Bastiaen Bastiaensz, maar de partijen zijn overeengekomen dat hij daarvan afstand doet. Daarvoor wordt hij door de anderen gecompenseerd met de som van 350 gulden. De kosten van het verheffen van dit leen zal slechts eenmaal betaald worden hoewel feitelijk het leen eerst overgaat op Bastiaen Bastiaensz, en meteen daarna overgaat op zijn broer en zus Adriaen Bastiaensz en Maritgen Bastiaens. De kosten daarvan worden verdeeld door de vier partijen.
De verdeling vindt verder plaats:
Bastiaen Bastiaensz zal de acht morgen in Ammers-Gravelant hebben waar hij nu op woont, met huis, betimmering en beplanting, waarvan de helft hem reeds bij diens huwelijk gegeven was.
Adriaen Bastiaensz en Maritgen Bastiaens samen, hebben het huis van hun ouders Bastiaen Adriaensz en Machdalena Bastiaens met betimmering en beplanting, met zes morgen land daaraan gelegen, en met nog twee morgen twee hond land gelegen in Peulwijk, waarvoor zij 1000 gulden inbrengen in de gemene boedel.
Willemken Cornelis Thoom met haar kinderen, krijgen de acht morgen land met toebehoren in Ammers Gravelant, die Jacob Bastiaensz in het huwelijk met haar inbracht. Op dit land echter staat een hypotheek van 2000 gulden. Overeengekomen wordt dat dit door de vier partijen gedragen wordt.
Verder zijn ook de roerende goederen, waaronder het vee, hooi, inboedel, bouw- en melkgereedschap en huisraad verdeeld dat Bastiaen Adriaensz, nu onlangs overleden, heeft nagelaten, en waarvan de lijst ten overstaan van de schepenen opgemaakt is dd 24-03-1664.
Dit alles is verkocht aan Adriaen Bastiaensz en Maritgen Bastiaens voor het bedrag van 186 gulden en twee stuivers, aan Bastiaen Bastiaensz voor 8 gulden en aan Willemken Cornelis Thoom voor 7 gulden, in totaal 201 gulden en twee stuivers.
Afschrift van de handtekeningen was overgenomen door de secretaris:
hantmerck bij Bastiaen Bastiaensz gestelt en was t merck aldus BB, Arijen Basteijaensz, Mergen Bastijaensen, Willemghen Cornelis Toom, Aerijen Cornelissen Thoom, Ghijsbert Aeriensz
RA Ammers inv nr. 4, 16-05-1664
Bastiaen Bastiaensz, is 800 gulden schuldig aan Jan de With van Roijen, brouwer in en burgemeester van de stad Nieuwpoort. Deze 800 gulden zijn hem deels uitbetaald en deels in de vorm van geleverd bier. Jaarlijkse rente 4,5 %, maar wanneer deze rente binnen 6 maanden na de verschijndag betaald wordt, mag 4 % betaald worden. Als onderpand verhypothequeert hij de helft van 8 morgen land waar hij zelf op woont, en verder op de gehele acht morgen voor zover hij daartoe gerechtigd is, op Ammers Graveland, en verder op nog twee morgen land in Ammers Graveland.
03-12-1630 beleend met 1,5 morgen; doet lenen over t.b.v. zijn broer Gijsbert
|