| Aantekeningen |
- Recht. Arch. Ammers invnr. 4
d.d. 26-10-1663
Hierin staat samengevat:
Aert Jansz Speck heeft 200 gulden geleend van Jan Cornelisz van Neerpelt, koperslager in Schoonhoven. Jaarlijkse rente is 6,25 procent. Als onderpand verhypothequeert hij twee morgen land in Ammers-Graveland. In de kantlijn staat de notitie dat Cornelis Jansz Speck op 06-05-1692 meldt dat de lening is afgelost.
Recht. Arch. Invnr. 11 Ammers
Rechtzaak d.d. 14-12-1656
Hierin staat samengevat:
Mathijs Claesz Velthuijsen, burgermeester van Nieuwpoort vraagt om de 2 morgen land in arrest te nemen die Aert Jansz Speck, wonend in Goudriaan, in Ammers Graveland heeft, om na verkregen veroordeling het geld aaruit te kunnen verhalen dat Aert Jansz Speck hem schuldig is. Ook verzoekt hij om Aert Jansz Speck voor de eerstvolgende rechtszitting na Kerst te dagvaarden om de rechtzaak te starten.
Recht. Arch. Invnr. 11 Ammers
Rechtzaak d.d. 14-12-1656, 15-02-1657, 01-03-1657, 15-03-1657, 19-04-1657, 03-05-1657, 31-
05-1657
Hierin staat samengevat:
d.d. 14-12-1656:
Mathijs Claesz Velthuijsen, burgermeester van Nieuwpoort vraagt om de 2 morgen land in arrest te nemen die Aert Jansz Speck, wonend in Goudriaan, in Ammers Graveland heeft, om na verkregen veroordeling het geld aaruit te kunnen verhalen dat Aert Jansz Speck hem schuldig is. Ook verzoekt hij om Aert Jansz Speck voor de eerstvolgende rechtszitting na Kerst te dagvaarden om de rechtzaak te starten.
d.d. 15-02-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen, Burgemeester van Nieuwpoort
Gedaagde: Aert Jansz Speck
De eiser vraagt prolongatie van het arrest op het land, gedaan 14-12-1656, en verzoekt om veroordeling tot het betalen van 230 gulden achterstallige pacht van de hof in Goudriaan gelegen, die Aert Jansz Speck van hem en van Adriaen Willemsz huurt, en daagt Aert Jansz Speck uit het kasbewijs van de betaling van de pacht te overleggen.
d.d. 01-03-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen
Gedaagde: Aert Jansz Speck
De advocaat van de gedaagde vraagt de eis te horen.
De eiser dient de eis in zoals op de voorgaande rechtdag is gedaan.
d.d. 15-03-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen
Gedaagde: Aert Jansz Speck
Aangezien de gedaagde nalatig is gebleven te antwoorden, verzoekt de eiser om verstek.
De gedaagde vraagt of hij alsnog binnen drie dagen het antwoord schriftelijk bij de secretaris mag aanleveren.
De schepenen geven de gedaagde 14 dagen de tijd om zijn antwoord schriftelijk aan de secretaris te leveren.
d.d. 19-04-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen, Burgemeester van Nieuwpoort
Gedaagde: Aert Jansz Speck
De advocaat van de gedaagde geeft aan dat het antwoord schriftelijk bij de secretaris is ingediend.
De eiser accepteert dat de gedaagde in diens antwoord bekent het jaarpacht schuldig te zijn, en geeft verder aan dat daarvan al 100 gulden betaald is.
d.d. 03-05-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen, Burgemeester van Nieuwpoort
Gedaagde: Aert Jansz Speck
De advocaat van de eiser levert een attestatie van Philips Gijsbertsz Metselaer en Jan Jansz Pater dd 30-04-1657 als bewijs, en vraagt de gedaagde te verordonneren ook met bewijs te komen, indien hij dat zou hebben.
d.d. 31-05-1657:
Eiser: Mathijs Claesz Velthuijsen, Burgemeester van Nieuwpoort
Gedaagde: Aert Jansz Speck
De eiser dient een attest in, dat op verzoek is opgesteld door Bastiaen Sijmonsz dd 26-05-1657.
Het gerecht beslist het volgende:
Aert Jansz Speck moet aan Mathijs Claesz Velthuijsen binnen de komende 3 weken 130 gulden betalen, wat het restant is van de pachtpenningen in de eis genoemd, naast de 100 gulden die al betaald waren, maar met die voorwaarde dat wanneer hij inderdaad binnen 3 weken betaalt, hij hierop 18 gulden in mindering mag brengen om de kosten van dit geval te kunnen dekken.
Tot het moment dat er betaald is, zal het arrrest op zijn landerijen wel volledig van kracht blijven.
|