| Aantekeningen |
- Jan Gerritsz zal in zijn tijd niet een van de makkelijkste mensen geweest zijn. Hij had als molenaar vaak problemen met de pachters van de impost op het gemaal. Enige heethoofdigheid was hem ook niet vreemd. Op 22 mei 1651 kwam hij de herberg van Arijen Gerritsz in Sliedrecht binnen en vroeg om een stuiver tabak, die hij van de dochter van Arijen kreeg. Daarna wierp hij de stuiver op de toonbank en trok vervolgens een groot mes en zei tegen Arijen: "nu jij schelm zul je van mijn handen sterven". Daarop ontweek Arijen hem en liep naar buiten. Jan wilde hem achterna lopen, maar werd tegengehouden door de knechts van Arijen, Jan Hendricxsz Stoker en Johannes Raets. De laatste bedreigde Jan met een stuk hout, waarna Jan het hazenpad koos.
Op 4 mei 1658 kocht Jan van Floris van Wijngaert, bleker buiten de stad Dordrecht, de helft van een geheel huis en een bijbehorend werfje voor 200 gld. Enig inzicht in de financiële positie van Jan krijgen we uit een andere akte. Op 16-1-1677 verklaarden hij en Teunis Cornelisz, beiden wonende in Sliedrecht, dat zij in het dorpskohier niet vermeld stonden als kapitalist of halve kapitalist. Verder verklaarde Jan dat hij en zijn huisvrouw omtrent 60 jaar oud waren. Teunis deelde mede een huisvrouw en 6 kleine kinderen te hebben. Beiden verklaarden eveneens geen dienstknecht of dienstmeid dan wel leerlingen in dienst te hebben. Waarschijnlijk was Teunis Cornelisz de schoonzoon van Jan.
Omdat Jan niet vlot van betalen was, is hij in talrijke processtukken terug te vinden. Zo spande Gijsbert Dircksz, korenmolenaar in Hardinxveld, als nagelaten zoon en erfgenaam van Dirk Jansz, zijn vader, op 4-9-1679 een proces voor de Hoge en Lage Vierschaar van Zuid-Holland aan tegen Jan. De eis was dat Jan 400 gld. zou betalen als restant van de koop van een windkorenmolen in Oversliedrecht, volgend uit een schuldbrief van 15-12-1667. Op 6 december van hetzelfde jaar stelde zijn zoon Marinus zich borg voor de pacht van de wind, die Jan nog schuldig was aan Adriaan van Blijenborch, heer van Naaldwijk. De windrechten behoorde tot het bezit van de heer.
|