| Aantekeningen |
- https://www.ad.nl/den-haag/andree-van-es-over-indische-verleden~a9aa22d4/?referrer=https://www.google.nl/
Om vervolgens weer snel terug te keren naar het verhaal van haar oma. En niet te vergeten diens zoon Rudy, die als vlieger bij de marine in Nederlands-Indië meer dan 300 drenkelingen uit de Javazee redde, de gewelddadige ondergang overleefde van het evacuatieschip Poelau Bras en krijgsgevangen werd genomen in Palembang en vervolgens overgeplaatst naar de Changi Prison in Singapore.
Andrée van Es citeert een van de spaarzaam overgebleven brieven van haar familie in oorlogstijd, een brief die haar Indische oma op 20 maart 1944 naar Andrées vader stuurt: 'Gaat het goed met je jongen? Hoef je daar geen kou te lijden?' Andrées vader zit dan gevangen in Frankrijk, dicht bij de grens met Zwitserland. Daar heeft hij geprobeerd naar Zwitserland te komen om vanaf daar naar Nederlands-Indië te vluchten. In Frankrijk wordt hij verraden en gevangen gezet. Eenmaal terug in Nederland zou hij de rest van de oorlog op onderduikadressen doorbrengen.
,,Mijn vader is tien jaar geleden overleden'', zegt Andrée van Es. ,,Hij was een Indo geboren in Nederlands-Indië. Na de oorlog is hij er teruggegaan als militair. Mijn grootouders waren voor het einde van de oorlog teruggekeerd van hun evacuatiewoning in Elst naar hun huis in Bezuidenhout. Daar zijn ze omgekomen tijdens het bombardement van maart 1945. Waren ze maar niet teruggekomen, zeiden we vaak tegen elkaar.''
Gek genoeg vertelde mijn vader meer over oom Rudy dan oom Rudy zelf deed naar zijn kinderen. Als nicht wist ik daardoor soms meer van hem dan neef Rob. Hij, de zoon van Rudy, kwam als negen maanden oude baby in zijn eerste jappenkamp terecht. Hij is de laatst levende Van Es die de geuren, geluiden, klanken en het ritme van de Japanse bevelen nog aan den lijve heeft ondervonden en daar nog uit de eerste hand over kan vertellen.''
|