| Naam |
Adolf Otto Milar |
| Geboorte |
3 dec 1853 |
Afdeling Poerworedjo (Bagelen) [1] |
| Geslacht |
Mannelijk |
| FACT |
afwijzing aanvraag erfpacht [2] |
|
| Beroep |
van ca. 1894 tot ca. 1895 [3] |
| administrateur onderneming Wonokitri |
- koffie-onderneming district Toeren
idem
; id 1896 blz 384
|
| Beroep |
van ca. 1900 [4] |
| administrateur onderneming Banjarsari |
- idem
; 1903, blz 424; 1904, blz 414; 1905, blz 425; 1906, blz 438; 1907, blz 458; 1908, blz 467; 1909, blz 486; 1910, blz 486; 1911, blz 535; 1912, blz 558; 1913, blz 583; 1914, blz 606; 1915, blz 629; 1916, blz 652; 1917, blz 671; 1918, blz 671
|
| Beroep |
van ca. 1900 tot ca. 1909 [5] |
| ondernemer cultuur mij. Djelboek |
- koffie / cacao-onderneming district Tangoel, namen percelen Banjasari I t/m V
idem
; 1905 blz 374; 1906 blz 331; 1907 blz 436; 1908 blz 460; 1910 blz 534
|
| Beroep |
1915 [6] |
| administrateur Cultuurmij. Djelboek, Banjarsari |
| Beroep |
van ca. 1918 [7] |
| oud administrateur |
| Overlijden |
4 dec 1923 |
Klakah [8] |
| Persoon-ID |
I3641 |
stamboom Feringa-Couwenberg |
| Laatst gewijzigd op |
3 jul 2025 |
| Vader |
Willem Milar, geb. 13 apr 1818, Utrecht ovl. 20 mei 1866, Poerwakarta (Krawang) (Leeftijd 48 jaar) |
| Moeder |
Johanna Maria Tobias, geb. 10 jun 1815, Semarang ovl. 12 jan 1900, Djember (Leeftijd 84 jaar) |
| Huwelijk |
6 nov 1858 |
Afdeling Sibogha (Tapanolie) [9] |
- www.engelfriet.net
De Europese soldaat in het Indische leger was een figuur, zeker in de negentiende eeuw, wiens plaats aan de zelfkant van de koloniale samenleving een gevolg was van het feit dat hij militair was. Om zijn dapperheid beloond met de hoogste onderscheidingen, was hij maatschappelijk gezien een paria, door de Europese burgerbevolking in de kolonie uitgestoten en gemeden als een melaatse. Alleen officieren hadden aanzien, al was het alleen maar om de huwelijkskansen van de Europese dames te vergroten. Maar zelfs een officier kon zich dikwijls een huwelijk niet veroorloven in verband met de exorbitante eisen die aan zijn vermogenspositie werden gesteld. Een order uit 1835 bepaalde onder andere dat geen kapitein of ander subaltern officier in het huwelijk kon treden als hij niet voor ten minste dfl 20.000,- was aangeslagen in de onroerend goed belasting. Weliswaar werd dit bedrag in 1869 verminderd tot dfl 7.000,-, maar het verschijnsel njai of inlandse huishoudster was ook toen bij officieren eerder regel dan uitzondering.
Zie ook
Anoniem, ‘Een paar cijfers statistiek omtrent het huwen van officieren’, Indisch Militair Tijdschrift 1886-I, pag 486-490.
https://lgm-periodieken.courant.nu/issue/IMT/1886-01-01/edition/0/page/497?query=%22huwen%20van%20officieren%22
|
| Gezins-ID |
F2228 |
Gezinsblad | Familiekaart |